Afgelopen zaterdag (7maart) was de NAU excursie. In groepjes van tien studenten en 1 docent liepen we langs galeries, musea, kunstinstellingen, de warmoes biennale en de koninklijke schilderprijs in het paleis in Amsterdam. Ieder groepje had zijn eigen programma en we eindigden allemaal bij EYE voor de expo van Tilda Swinton en een drankje op de trap in het restaurant. Bijpraten over wat we die dag allemaal gezien hadden.
El sueno de la razon produce monstruos, Als de reden is verdwenen, komen de monsters. Dit schreef Fransisco de Goya y Lucientes (1746-1828) bij een van zijn etstekeningen. Je zag een slapende man met zijn hoofd in zijn armen op tafel liggen, omringd door monsterlijke vogels El sueno de la razon produce monstruos. Actueler had het niet kunnen zijn. Met een bus vol NAU studenten en docenten bezochten we het museum Bozar te Brussel op 29 november j.l. Hier bekeken we o.a. de tentoonstelling Luz et Sombra, Goya and Spanish realism.
Goya
Goya
Lekuona
Goya en zijn politieke kracht
Hoewel de Spaanse kunstenaar eind 18de eeuw begin 19de eeuw leefde, verloor zijn werk over oorlog, uitbuiting en armoede niet aan actualiteit. Zijn etsen over vluchtende mensen of van dode vrouwen en mannen verspreid liggend in het open veld zijn minstens even indringend als de beelden uit Gaza of Darfur die we nu op televisie zien. In de expositie zag je hoe de Baskische fotograaf Nicolaas de Lekuona (1913-1937) de dramatiek van een van Goya’s gravures benadrukte. Goya had het wrede verlies van een geliefde als gevolg van oorlog uitgebeeld. Een ets waar rouwende mensen een dode omringen. Lekuona portretteerde ongeveer een eeuw later het gezicht van een jonge zoon wang aan wang met het gezicht van zijn dode moeder, afgebeeld als een jong gezicht tegen een masker in het zand. Deze foto hing naast de soortgelijke ets van Goya. Niet beter hadden deze twee kunstenaars de oorlog in notendop kunnen verbeelden.
Naast oorlogsleed waren onmenselijke gevangenschap en mensonwaardige armoede veel voorkomende thema’s in het latere- en voor mij en andere NAU studenten meest interessante- werk van Goya. De tentoonstelling ‘luz y sombra’, licht en schaduw liet in gravures en schilderijen zien hoe Goya speelde met licht en schaduw. Goya schroomde niet om juist dankzij de licht en schaduw werking het zwarte juk van armoede, oorlog en de strakke moraal van de katholieke kerk in Spanje te benadrukken als schaduw voor ‘het volk’ in die tijd. Goya zette zijn perfecte teken- en schilderstalent in om dit onrecht kritisch en realistisch aan de kaak te stellen. Art&Justice pur sang!
Goya
Jose Caballero
Pi casso
De relatie tussen Goya en Flamenco: Duende
Een tweede aspect wat extra opviel in de tentoonstelling was dan ook zijn geweldige en geroemde tekenkunst waarin hij door middel van lijn, licht en schaduw krachtige beweging in zijn werk naar voren bracht. Soms aangevuld met korte tekst. Een pentekening van een stierenvechter is me sterk bijgebleven. Met een paar perfecte inktlijnen wist hij het achterste gestrekte been van de stierenvechter een enorme kracht te geven. Perfect omdat de stierenvechter hierdoor in een oprechte, haast magnetische balans stond met de stier. Hetzelfde spel van beweging, kracht en balans zag je terug in de tekening waar de stierenvechter zijn zwaard tussen de ogen van de stier houdt. Wat een magnetische spanning, wat een ‘duende’, zoals ze in de Flamenco zeggen. Duende, de perfecte balans tussen het aardse en het hemelse, die de flamenco dansers met hun concentratie, aandacht en beweging oproepen. Aards, het stampen naar beneden, hemels, het sierlijk draaien naar boven. Schaduw en licht. Op leven en dood. Duende wat ook de Spaanse Goya heel realistisch, treffend en energiek tot uiting bracht.
De surrealistische filmmaker Luis Bunuel sloot aan bij het weergeven van de realiteit die vanwege zijn ernstige mensenrechtenschendingen surrealistisch aandeed. Hij maakte in 1932 een documentaire over Las Hurdes, een dorp in een achtergebleven gebied in West-Spanje. Buñuel schilderde het dorp en de omgeving af als de hel op aarde: een land geplaagd door honger, ziekte en gebrek, dat bevolkt wordt door dwergen, gekken en vroegoude vrouwen. Het zien van deze beelden bood context aan de politieke drijfveren van Goya en liet zien hoe surrealistisch – doch realiteit- deze mensonwaardige omstandigheden in wezen waren. De fotografe Marisa Gonzalez legde de angst van vrouwenmishandeling vast in een reeks van aangrijpende portretten. Dit waren mooie toevoegingen op de tentoonstelling. Elena Blasco trof de – door Goya eveneens verbeelde- onderdrukking van vrouwen met ‘iAy! (oh!), een heldere afbeelding van slechts in rood gedrukte lijnen die de contouren van een vrouwenhoofd aangeven waarbij een hand aan haar paardenstaart trekt. Dus Oh! Niets aan toe te voegen! De Baskische fotograaf Nicolás de Lekuona noemde ik hierboven al. En Dario Villalba schilderde het wit rode schilderij ‘la Duches de Alba’ met haar prachtige Spaanse kapsel en hondje in het blauw. Haar kapsel had hij weelderig uitvergroot en haar handen dropen van ‘blauw bloed’. Mooi! Geen sterkere wijze om de bloederige effecten van geweldsmonopolie subtiel uit te drukken. De Spaanse kunstenaars die we zagen dragen in mijn ogen bij aan Justice and Art. Persoonlijk had ik in het museum ook Justice and Art kunstenaars van andere landen of continenten, zoals uit Afrika, op zijn plek gevonden. Maar, leerde ik, kunst is ook keuzes maken!
Marisa Gonzalez
Elena Blasco
Dario Villalba
Goya onder de loep
Een van de medestudenten wees me op het oorspronkelijke schilderij van ‘la Duches de Alba’, die Goya volledig wit met rode accenten heeft afgebeeld. Het was dan ook verrijkend – naast gezellig- om met elkaar het museum te bezoeken. De docenten wezen ons ook op aspecten waar we wat aan hadden. Bijvoorbeeld; ‘Je hoeft niet overal bij stil te staan en alles te lezen, maak keuzes’ of ‘Kijk hoe ze het hebben gemaakt’, herhaalde Annemarie een paar keer. Ze wees ons bijvoorbeeld hoe Goya een aspect in het schilderij van Jose de Toro-Zambrano y Ureta benadrukte o.a. door lijnrichting van de kwast, het toenemende licht en oplopende mate van detaillering in de richting van het portret. Ze liet aan de hand van een ander portret van Goya zien, hoe een bovenlip niet meer is dan een donkere verfstreek en de onderlip een lichte. Hoe hij diepte in de lucht kreeg door fellere of donkerder kleuren hoog in het vlak en lichter of vager richting de horizon. We stonden met haar stil bij het schilderij over gevangenschap. Dit sprong er uit vanwege het diffuse licht dat boven de muren van een open donkere gevangenis als een wolk van mist hing. Nadere inspectie leerde ons dat dit haast magische licht ‘niet meer’ was dan verschillende diktes van witte verfstreken. Helaas is dit schilderij niet meer met een foto terug te halen omdat het een particulier bezit was, wat je op de tentoonstelling niet mocht fotograferen. Maar gelukkig is het beeld ingeprent.
Van Goya naar John Baldessari
Dit brengt me ten slotte bij een kunstenaar die net als Goya het beeld combineerde met tekst. Dit is de Amerikaanse John Baldessari (1931-2020). Het museum Bozar besteedde dan ook parallel aan Goya en aanverwante Spaanse schilders ruime aandacht aan hem. Een gids vertelde ons 1,5 uur over de denkwijze van deze conceptuele kunstenaar. Iets wat hij overigens zelf niet wilde zijn. Als professor in de kunst ontwikkelde hij zichzelf parallel als kunstenaar en werkte steeds meer met fotografie veelal door anderen gemaakt. Wat had hij nog toe te voegen in de schilderkunst, redeneerde hij. Zo legde hij zich toe op conceptual art. Baldessari is een kunstenaar die de kijker kunst wilt laten ervaren. Hij stimuleerde kunstenaars hun schepping los te laten en in vertrouwen over te dragen aan de kijker. De kijker bepaalt uiteindelijk wat het beeld zal zijn, redeneerde hij.
Baldessari was een kunstenaar die woorden en kleur als een toevoeging zag op het beeld. De tekst ‘de jurk van Marily Monroe’ op een wit vlak is voldoende om iedereen de jurk te laten verbeelden. Een nagel van een bekend schilderij, en de naam van dit schilderij erbij, is voldoende om dit schilderij tot verbeelding te brengen. Dus de nagel is het schilderij, aldus Baldessari. Zo speelde Baldessari met beeld, woord en kleur ten behoeve van verbeelding en ervaring. Baldessari is het meest bekend om de mix tussen fotografisch materiaal, die hij uit de context haalt, herordent en soms versterkt met toevoeging van woorden of zinnen.
Baldessari
Baldessari
rondleiding
Tijd nemen en saaiheid tot je laten komen
Zijn openingsvideo op de tentoonstelling was geweldig. Ik kon er uren naar kijken. Je zag een lege kamer (referentie naar de lege ruimte van Peter Brook, de theaterregisseur of andersom? Zie The Empty Space – Wikipedia). In deze lege kamer die Baldessari filmde, verscheen op dag 1 een schilder. De schilder schilderde de kamer in een primaire kleur, bijvoorbeeld rood, en vertrok door een achterdeurtje. De tweede dag kwam er weer een schilder door het deurtje. Hij schilderde de rode kamer geel en verdween opnieuw door het achterdeurtje. Zes dagen kreeg de kamer een andere primaire of secondaire kleur. De zevende dag was een rust dag voor de schilders. Hiermee wilde Baldessari o.a. zeggen dat je de tijd en rust moet nemen om kunst op je in te laten werken. Te ervaren. En tevens dat je als kunstenaar moet doorwerken totdat het ultiem saai wordt. Op dat dieptepunt komt de doorbraak. Een van de wijsheden die we ook als NAU studenten meekrijgen. Tijd was naast ruimte een belangrijke factor voor Baldessari. Het grote video scherm stond niet voor niets in een ruimte dat beplakt was met behang waarop twee type cirkels – klokken en pizza’s- elkaar ritmisch afwisselden. In beide cirkels wezen de lijnen kwart over 12 aan.
Baldessari
Baldessari
Baldessari
De tirannie van het kader
Baldessari vond dus dat alles al gemaakt was. Wat had hij nog toe te voegen? In ieder geval humor. En aan bestaande beelden tekst, kleur en beeld. Maar dan wel anders dan anderen. Dus buiten de tirannie van de kaders. Bijvoorbeeld door de rand van het schilderij te doorbreken of door een foto van een vlieg tegen het plafond te plakken. Of door aandacht te besteden aan lichaamsdelen die nooit onder de aandacht waren gekomen, zoals specifiek het oor. ‘En dan alleen het oor, want dan vestig je ook de aandacht op het oor’, zei Annemarie. Of de uitstekende (fop) neus. Hij brak ook als eerste kunstenaar door met totaal installaties door foto’s twee of drie dimensionaal op te stellen, tekst toe te voegen, gezichten op foto’s weg te stickeren. Installaties die vragen oproepen. Niet beperken tot een schilderij, zei hij, maar gebruik de ruimte met meer beelden die samen een gek verhaal maken met open eindjes. Zodat de kijker zich vragen stelt, onderzoekt en deel uit maakt van de installatie in de ruimte en in het nu.
Rirkrit Tiravanija
Rirkrit Tiravanija
Rirkrit Tiravanija
Op weg naar kunstenaarschap
Het was een rijk gevulde en geweldig goed georganiseerde educatieve dag vol oude en hedendaagse kunst in het museum, gezelligheid, gesprek, lekkere koffie in Bozar – en in de bus- en inspirerende galeries buiten in de buurt rondom Bozar. Hier sprong vooral het prachtige kleurenspel van de kunstenaar Albert Irvin, o.a. geïnspireerd door Rotkho, op mijn netvlies. Ook het werk van Rirkrit Tiravanija’s op grote krantenpapieren sloeg aan omdat hij – net als Goya drie eeuwen eerder- de hedendaagse politieke en sociale crisissen schilderde. Hierin was hij overigens geïnspireerd door de Amerikaan Philip Guston. Die wist nog veel harder het onrecht in Amerika ten tijde van de Ku Kluk Klan te treffen met verf, leerde Frans een van de NAU docenten ons. De rode lijn van de excursie was dat wat je op het NAU leert, je nu ook in levenden lijve terug zag, bevestigd zag of hoorde. Dit heeft voedend gewerkt en het was vooral inspirerend op het pad naar kunstenaarschap!
Op de eerste avond van de NAU excursie naar Berlijn, kwam ik op de hoek van de Kolonnenstrasse en Hohenfriedbergstrasse oog in oog te staan met een vos. Hij wees me de weg richting de NAU stamkroeg in Berlijn en verdween toen weer in de duisternis. Het bleek een voorproefje te zijn van de Biënnale. De vos was hiervan namelijk het symbool. In de loop van week zou hij dan ook steeds opduiken bij alle Biënnale tentoonstellingen. Deze tentoonstellingen waren vol met activistische kunst en gingen voor een groot deel over verhalen van mensen die onderdrukt worden, en als vossen proberen te overleven in de marge van de samenleving. Zoals Htein Lin die in de gevangenis tekeningen maakte op zijn beddengoed. Beddengoed dat vervolgens uit de gevangenis gesmokkeld werd en uiteindelijk tentoongesteld kon worden in het oude gerechtsgebouw. Of Chaw Ei Thein, een kunstenares uit Myanmar die poppen heeft gemaakt van bevriende kunstenaars in Myanmar die op hun eigen manier protesteren tegen het regime aldaar. Of de kunstenaar die alleen onder pseudoniem Nge Nom bekend is. Door te schuilen in een greppel is ze ontkomen aan haar onderdrukkers. Een greppel die vervolgens nagemaakt is in KW.
Naast de Biënnale is er meer kunst in Berlijn, heel veel meer kunst. En dat weet de vos ook. Toen we de fietsen parkeerde bij een van de grote commerciële galerieën in de Potsdammerstrasse, was hij daar namelijk plotseling ook. Meters hoog geschilderd op de muur van een van de gebouwen. Alsof hij de galeries in de gaten houdt om te kijken of daar niet ook wat te halen is.
Berlijn heeft ons de vele mogelijkheden van geëngageerde kunst laten zien. Subtiel, zoals de luciferdoosjes sculpturen van Lygia Clark. Aangrijpend, zoals de film van Tracey Enim over waarom ze geen danseres is geworden. Grappig, zoals de wereldbol van Toiletpaper waar alles, behalve de Verenigde Staten, blauw was geverfd. Interactief, zoals de wensboom van Yoko Ono.
En dan heb je nog de BOROS bunker met wanden van een meter dik. Een bunker gevuld met hele dure hedendaagse kunst, bij elkaar verzameld door een schatrijke echtpaar. Een bunker waar de vos geen kans maakt om binnen te komen. Zelf zeggen de eigenaars “We collect art that we don’t understand”. Zoals wat overblijft als je 127.000 kilo coca cola inkookt (He Xiangyu) of een installatie van een VW kever motor, een vlinder en een ventilator (Michael Sailstorfer).
Het maatschappelijke engagement en activisme dat we zagen, maakte veel discussies los. Is kunst niet per definitie maatschappelijk geëngageerd? Is er een grens tussen kunst en activisme, en zo ja, waar ligt die dan? En wanneer is een activistisch kunstwerk eigenlijk geslaagd? Veel kilometers fietsen, gezamenlijke maaltijden bij de Indiër, de Vietnamees, de Georgiër, de Tunesiër, de Japanner en de Nepalees, en biertjes, wijntjes, whiskey en kopjes thee bij Jonas verder zijn er volgens mij meer vragen bijgekomen dan beantwoord.
En ja, er was ook kunst die niet geëngageerd was. Of in elk geval kunst waarbij ik een eventueel engagement niet door had. Zoals de prachtige dreamscapes van Cooper & Gorfer – collages van stof, papier en foto’s waar het maakplezier vanaf spat. Of de abstracte, voornamelijk witte, schilderijen van Franz Stein, die getoond werden met een hele platte vertaling hiervan in tapijten. En natuurlijk de hilarische films met hula hoopende mensen bovenop de daken in New York (Christian Jankowski), en met een man die 12 minuten lang probeert te dansen op Istanboel not Constantinopel (Ayşe Erkmen).
Dan nu de laatste punt van dit verslag – knip hem uit en plak hem op een mooi wit vel papier.
Tijdens de 13e Biënnale van Berlijn voor hedendaagse kunst Henny Harkema met mentale support van Kees van der Laan
Aan Guda heb ik toegezegd dat ik het verslag voor de excursieweek wel wil maken. Ik ook met m’n grote mond. Maar ja, voor mezelf wilde ik toch ook een verslag maken, dus waarom niet. Al op de eerste dag loop ik tegen mezelf aan, de tweede dag fiets ik tegen een paaltje. Tsja zonder butsen gaat het niet. Waar ik tegen aan loop is dat ik het te goed wil doen en daardoor vergeet te genieten en goed te kijken naar alle kunst die op me af komt. ’s Avonds deel ik dit met Kees bij een biertje bij Jonas, ons stamcafé de komende dagen. Ah, zegt Kees, dat vraagt om een oplossing, ik ga je helpen. Het is het begin van een mooie vriendschap. Ook het verschijnen van een vos, maar dan anders dan wat de biënnale uitdraagt. Over de ‘vos van de biënnale’ kun je het mooie verhaal van Michiel lezen.
Vrijdag 22 augustus 2025
In de trein maak ik de overgang van familie naar kunst in Berlijn met de NAU. Ik heb er heel veel zin in! Heerlijk weer eens naar Berlijn. Bij aankomst op het Hauptbahnhof Berlijn zie ik ineens allemaal mensen met een rolkoffertje, een rugzak en telefoontasje. Ze zien er NAU-erig uit 😃. Dat blijkt wel te kloppen. Met elkaar stappen we in de metro en vinden onze weg naar het St. Vincenthaus. Het inchecken gaat heel vlot. De kamers zijn sober maar comfortabel, toilet en douche zijn op de gang. Door het delen van de kamers en het gezamenlijke doel zitten we al snel bij café Jonas, twee straten verderop, van alles uit te wisselen. In welk jaar zit jij? Wat maak je? Waar kijk je naar uit deze week? Het biertje smaakt best. We besluiten met een groepje van zeven mensen een restaurantje in de Akaziënstrasse te zoeken en komen terecht bij een Indisch restaurant. Goed gegeten. Mijn kamergenoot Anne en ik besluiten daarna onze kamer op te zoeken. Ik vind het wel prima voor de eerste avond. Er komt nog genoeg op me af.
Zaterdag 23 aug
In de ochtend gaan we met z’n allen met de metro naar de fietsverhuur bij Alexanderplatz. Het duurt natuurlijk even voordat we allemaal een fiets hebben, maar tegen tienen hebben zich vijf groepjes geformeerd rond Guda, Frans, Annemarie, Jans en Dieke. Lang leve de docenten die ons door Berlijn loodsen. We hoeven niets op te zoeken, zij weten de weg, echt fijn! Vandaag fiets ik achter Guda aan. Onderweg van de Alexanderplatz naar de Hamburger Bahnhof leidt zij ons langs het Haus des Lehrer. Dit gebouw staat nu leeg. Halverwege het gebouw, om het gehele gebouw heen, is een schildering te zien, gemaakt door Walter Womack. De afbeelding is een mozaïek van het dagelijkse socialistische leven. Frans heeft de schildering in het klein nageschilderd. We krijgen later op de dag een foto ervan. Voor mij ook een mooi voorbeeld hoe kunst kan inspireren en kan leiden tot je eigen kunst.
Ergens in de buurt van de Dom staat een monumentaal gebouw met één grote ruimte. In het midden van die ruimte, onder een lichtkoepel staat een prachtig beeld van Käthe Kolwitz. Zo mooi hoe zij de emotie van oorlog en geweld weet te vangen. Het brengt je ook bij de oorlogen die vandaag op diverse plekken in de wereld worden gevoerd. Zoveel leed wordt er aangedaan …. We fietsen verder langs een stukje van De muur. Tussen 1961 en 1989 doorkruiste de muur een begraafplaats. Bizar dat je van de ene op de andere dag je geliefden niet meer kon bezoeken. Het brengt ons alvast in het gedachtengoed van de biënnale.
En dan komen we aan bij het Hamburger Bahnhof. In hal 1 zien we de grote werken van Klára Hosnedlova. Een eerste blik brengt de mooie doeken van Magdalena Abakanowizc naar boven. Bij een nadere blik lijken de werken in z’n geheel niet op elkaar. Dat is één van de dingen die ik op deze reis leer. Beter kijken. Thuis kijk ik op instagram en zie een foto van het werk in die grote hal. De vorm van het kunstwerk sluit heel mooi aan bij de vorm van de hal. Met een groepje struinen we door hal 6. We komen langs talloze schilderijen van voorwerpen. Ik kijk er niet naar, het is te veel. Wel blijf ik een poos stilstaan bij het object Bergama stereo. Ik houd van de constructie, de opengelaten ruimtes en het geluid wat eruit komt.
Screenshot
In hal 2 is het werk te zien wat gecureerd is voor de biënnale. Er is een film van oude vrouwen uit Korea (geloof ik). Zij vouwen doeken en knopen ze aan elkaar. Later worden de doeken over stenen gedrapeerd. Vooral de oude geconcentreerde gezichten van de vrouwen vind ik mooi. Verderop hangen aan elkaar geknoopte doeken. Door het licht wat er op staat ontstaat er een mooi spel van schaduwen. Afgelopen jaar kreeg ik in een werkbespreking als feedback om goed te kijken naar hoe ik iets in de ruimte zet. Dit is daar een mooi voorbeeld van. In hal 5 ga ik op zoek naar een kunstwerk met alleen tekst en geluid. Een aanrader van Guda. Het is indrukwekkend. Uitgesproken teksten die ook op twee muren verschijnen, waarbij het wit van de muren afgewisseld wordt met rood en blauw waardoor het gesprek wat plaats vindt wordt versterkt. Het is jammer om de inhoud het gesprek te vertellen omdat daarmee het effect verloren gaat als je zelf gaat kijken. Ik mis de werken van Joseph Beuys en het ‘ruimtelijke werk met aarde’ waar iedereen zo lovend over spreekt, de tijd is op, we gaan weer verder.
In dit gebouw zijn meerdere ruimtes ingericht met ‘Biënnalekunst’. Ik kijk naar tekeningen van Elshafe Mukhtar. Het zijn pentekeningen met rode pen over de oorlog in Sudan. Ik vind ze erg mooi en heb bewondering voor de manier waarop zij de figuren weet te tekenen. Veel rood aan één kant van de figuur en de andere zijde met een eenvoudige lijn. Dat rood is natuurlijk niet voor niets. Dan kom ik in een ruimte terecht waar een film van Simon Wachsmut draait. Ik bekijk de film helemaal. Hij bestaat uit twee aktes. In de eerste akte marcheert een man met een varkenskopmasker over een verlaten Tempelhof. Op een bordje toont hij de tekst: Je moet 12 uur op de Tempelhof marcheren om kunst te begrijpen. De marcherende man/varken is vanuit verschillende perspectieven gefilmd, waardoor het beeld spannend blijft. Langzaam maar zeker ga je je afvragen, wat hij daar doet. Van wie moet hij marcheren? Wat bewaakt ie? Waar doet ie het voor? Dan komt de tweede akte. Dezelfde man zit tegenover een rechter aan een tafeltje in een kleine ruimte. Hij wordt ondervraagd waarom hij marcheerde op de Tempelhof en van wie hij dat moest doen. Er ontspint zich een intrigerend gesprek, waarbij de rechter ook niet meer weet waarom hij de man ondervraagt. Als we weer buiten komen staat de groep op ons te wachten. Oeps, gauw weer op de fiets.
Het is tijd voor het in tempo bezoeken van een aantal galeries. Het is één van mijn leerdoelen: hoe een galerie te bezoeken. In deze excursieweek kan ik mijn hart ophalen 😊.
We beginnen bij Galerie Esther Schipper. Er hangen mooie pentekeningen met india inkt van Elisabeth Schrader. Het eerste wat ik altijd voel is ontzag voor het geduld en de aandacht waarmee alle streepjes zijn gezet. Hier zie ik terug wat in de tekenlessen altijd benadrukt werd: lijnen zetten met aandacht. Zelf vind ik dat allesbehalve makkelijk, maar het is mooi dat ik het ondertussen een beetje kan herkennen. Dan door naar galerie Judin, waar de serie EMDR van Lydia Pettit hangen. Zij heeft zichzelf geportretteerd in olieverfschilderijen naar aanleiding van EMDRsessies die ze heeft ondergaan. Indrukwekkend is het. Het ziet er heftig en kwetsbaar uit. Prachtige gelaagdheid en kleurgebruik. In de galerie praat ik met medestudent Ria over het bezoeken van een galerie. Het gesprek helpt om De volgende galerie is van Thomas Schulze. Een paar mooie ruimtelijke werken, maar we gaan al door naar Galerie Judin bei der Tankstelle. Hier kijken we naar schilderijen van Ellen Akimoto. Het heeft iets mythisch zeg ik tegen Anne Marie. Zij kijkt zoals ze wel vaker kan kijken en legt dan uit dat de doeken liggend zijn gemaakt met sjablonen. De verf is heel nat opgebracht waardoor het uitwaaiert over het doek. Opnieuw leer ik weer kijken!
Als ik buiten kom is mijn groep weg, ik ben telkens zo geboeid dat ik iedereen uit het oog verlies. Ik besluit alleen naar het Vinzenzhaus te gaan. Daar zie ik niemand. Eens kijken wie er bij Jonas is. Ook niemand. Op mijn appvraag in de appgroep waar iedereen is, krijg ik geen reactie. Ik bel Kees. Die neemt op en komt direct. We hebben een mooi gesprek bij Jonas en ik deel mijn worsteling met het verslag. We gaan samen optrekken. Daarna zoeken we contact met anderen. We schuiven aan bij een groep en eten bij de Vietnamees waar ook weer een bijzonder gesprek ontstaat over werk, opvoeding, gezondheid, kinderen enz.
Zondag 24 aug
Vandaag fiets ik achter Jans aan. Het is zo genieten op de fiets door Berlijn. Ik had me voorgenomen goed op de weg te letten, maar wil toch kijken of ik de Fernsehturm kan ontdekken. In mijn linkerooghoek ontwaar ik een object, te laat, ik bots met mijn stuur tegen een paaltje en schaaf m’n vinger. Tsjonge wat kan een mens zich dom voelen. Afijn iedereen laat me gelukkig even met rust en bij elk paaltje klinkt nu een luide roep ‘PAALTJE’ 😉. Jans neemt ons mee naar een gedenkwaardig blok beton. Het was ooit bedoeld om de kracht van de grond te meten om er een monumentaal gebouw neer te zetten. Een pompeus onderdeel van een pompeus stadsplan. Gelukkig is het nooit in uitvoering gekomen. Daarna rijden we door naar het Holocaust monument en het monument voor vervolgde homoseksuelen. Zoveel historie in deze stad. Op de fiets praten we er nog over na.
En dan, dan komen we bij de Borosbunker! Ik had er nog nooit van gehoord en nu sta ik ervoor. We krijgen een rondleiding van een jongen die zelf een kunstwerk is, in zijn strakke witte kniebroek broek met zware zwarte laarzen eronder. Hij vertelt dat de bunker een geschiedenis heeft van wapenopslag en opslag van bananen (in de volksmond wordt dit gebouw dan ook wel de bananenbunker genoemd). In de jaren tachtig is het een discotheek geweest, waarin het zweet op de vloer dreef omdat er geen beluchting was. Uiteindelijk is het gekocht door de familie Boros die het tot museum voor moderne kunst heeft gemaakt. Jammer genoeg mogen we geen foto’s maken, maar gelukkig vind ik thuis materiaal op de website. Op hun website staat: “We collect art that we don’t understand. The interest in a work of art is preceded by a borderline experience, a strangeness that must not be repelled.” https://boros-collection.com/en/ . Het is zeer de moeite waard om de site te bezoeken. Nog mooier is het om naar Berlijn te gaan en een rondleiding in het museum te boeken. In elke ruimte staat één object. Op die manier krijgt het alle aandacht. Bijzonder bij de vrouwenbeelden is dat wij hen wel kunnen zien maar zij ons niet. De gezichten zijn bedekt. Overigens is het gebouw met de ruwe dikke muren en plafonds ook zeer de moeite waard. Een hoogtepunt dit bezoek.
Na de Borosbunker hebben we de tijd om even te lunchen. Dit doen we aan de overkant in een lunchroom. Elke dag is weer verschillend hoe en waar we de lunch nuttigen. Soms alleen met je eigen groepen, soms sluiten er andere groepen aan. Gezellig.
’s Middags is het weer tijd voor galeriebezoek. We bezoeken drie galeries van Galerie König, waar moderne kunst hangt en staat. Bij de eerste galerie loop ik langs de schilderijen en foto’s. Ik weet niet goed waar ik naar kijk. Dan krijg ik een prijslijst van de werken onder ogen. Pardon, hoeveel???? Ik blokkeer in het kijken. De eurotekens verschijnen telkens voor mijn ogen. Het is mijn onwetendheid. In deze wereld ben ik nog nooit geweest. Ik snap het gewoon niet meer. Anne Marie legt uit dat het gerenommeerde kunstenaars zijn die vernieuwend in hun tijd zijn geweest. En spoort me aan naar het werk te kijken en de getallen los te laten. Goede tip. Ik concentreer me op de werken en zie mooie dingen. Vooral de grote gele vlakken van Bernd Zimmer spreken me aan. Als ik op kijk zie ik door het raam de mensen van mijn groep lopen. Gauw naar buiten om me aan te sluiten. Oh, oeps, ze hebben al een tweede galerie gehad. Hierin waren mooie getufte tapijten te zien. Nou ja, het is. Op naar galerie 3. Het is geweldig dat een kunstenaar een grote ruimte tot z’n beschikking krijgt. In deze ruimte is met een paar objecten een ‘Kathedraal’ gebouwd. Aan de wand zijn zes digitale platen bevestigd waarop verschillende figuren ‘lopen’. Voor mij lopen ze om de kerk heen, ze gaan niet naar binnen. Prachtig vind ik dat elke figuur een eigen stijl van lopen en kleding heeft terwijl ze in dezelfde zwart-wit stijl zijn afgebeeld. Niet iedereen vindt het mooi, dat is ook wel logisch. Tot slot bezoeken we nog galerie Bethaniën. Ook een aantal mooie objecten gezien. Er was ook iets met bijen en met teksten. Maar ik heb het niet meer op kunnen nemen. Te veel.
Eind van de middag belanden we op Tempelhof, het oude vliegveld van Berlijn aan de zuidkant. Leuk om op de plek te zijn waar de film van Simon Wachsmut is opgenomen. We zitten aan lange picknicktafels en hebben veel plezier. Natuurlijk komt alle kunst van vandaag ook nog voorbij in de gesprekken. Ook komt het voorstel aan de orde om de docenten een bijdrage te geven voor een teachersdiner als dank voor hun fantastische bijdrage aan deze excursieweek. We gaan inzamelen.
Maandag 25 augustus Vandaag fiets ik weer achter Guda aan. Als eerste brengen we een bezoek aan Fotografiska https://berlin.fotografiska.com/en . In dit gebouw zaten vroeger krakers. Die wonen er niet meer, maar het museum heeft de muren wel intact gelaten inclusief de graffiti. Mooi! En wat ook een mooie tentoonstellingen. Foto’s van inwoners van Berlijn die laten zien hoe hun leven eruitziet. De humorvolle kunst van de groep Toiletpaper. Er zijn ook video’s te zien van de making of van een aantal werken. In één ruimte staat een zwembad vol met bananen. Op de rand staat: No dive, no pee, no shoes. Hahaha. En yesss, je mag erin. Dus schoenen uit en zwemmen maar. Wat doet dat eigenlijk? Zwemmen in bananen? Op de volgende verdieping hangt de serie ‘Hysteria’ van Cooper en Gorfer. Op de website vind ik: The title Hysteria itself is a reclamation. Long used to pathologize and marginalize women – the term is reimagined as a space of power and depth. Hysteria is no longer a condition to suppress but an emotional landscape to explore – an inner space where contradiction is not only allowed but essential. De werken doen denken aan mythen en klassieke kunst. Mooi gemaakt ook met kleine 3D accenten, mooie kleuren en lichaamshoudingen. Het ‘uit het platte vlak komen’ spreekt me erg aan. Misschien kan ik mijn ruimtelijk werk meer naar 2D brengen? Het ligt allemaal niet vast, heel inspirerend. Op de derde verdieping hangen foto’s van Feng Li, ik heb te kort tijd om er goed naar te kijken.
Het bezoek aan het Palais Populaire ( https://palaispopulaire.db.com/ ) was het vrolijkste bezoek. We hebben in de kelder van het gebouw naar diverse dansfilms van kunstenaars gekeken. Zie de website. Er ontstond een sfeer die op papier niet terug te halen is en we hadden een oorwurm: Istanbul 😊.
We krijgen een rondleiding. De gids vertelt veel over het activisme, maar weinig over de kunst. Jammer. Het is een ingewikkelde combinatie activisme en kunst. Wat bij blijft is het project met de onderbroeken uit Myanmar. In Myanmar gelooft men dat mannen hun kracht verliezen als ze vrouwenondergoed aanraken. Kunstenaars hebben daarop vrouwen opgeroepen om ondergoed in het buitenland te bestellen. Dit wordt bij de douane altijd gecontroleerd en dus moeten de mannen het ondergoed wel aanraken = krachtverlies. Een mooi protest, met humor, tegen het regime. Op de wand zien we allemaal stickertjes van het ondergoed.
Terugblik op de biënnale
Tsja, waar keken we nu naar? Zeker, de omstandigheden waarin kunstenaars leven in landen als Myanmar is natuurlijk niet te vergelijken met hoe wij ons in vrijheid kunnen ontwikkelen en dingen kunnen maken. Maar de combinatie activisme en kunst is moeilijk. Als activisme voorop staat leidt de kwaliteit van de kunst er vaak onder. Op maandagavond voeren we onder aanvoering van Michiel en Anne een gesprek hierover. We bespreken de volgende vragen. 1. Wat is de grens tussen activisme en kunst? 2. Is maatschappelijk engagement een essentieel onderdeel van kunst? 3. Hoe komt maatschappelijk engagement terug in je eigen kunst? 4. Is er voldoende aandacht voor maatschappelijk engagement in de opleiding van de NAU? Boeiende vragen waar verschillende antwoorden op kwamen. Dat kan natuurlijk ook niet anders met zo’n diverse groep. Maar … er waren op de biënnale ook boeiende films en objecten. We hebben sowieso veel uitgewisseld over kunst in deze dagen. Ook was het fijn om met ouderejaars in gesprek te zijn. Een mooi beeld van wat mij als tweedejaars nog te wachten staat.
Dinsdag 26 aug.
Op weg naar de Nationale Galerie Berlijn ( https://www.smb.museum/museen-einrichtungen/neue-nationalgalerie/home/ ), waar we een rondleiding krijgen bij de expositie van Lygia Clark. Fantastisch mooi om te zien!! Deze kunstenares is zich haar hele leven blijven het ontwikkelen. Begonnen met schilderen, verdergegaan in 3D en daarna de interactie zoekend met de bezoeker vind ik fascinerend. In de expositie zijn onderdelen waarin je als bezoeker mag spelen met de objecten (kopieën ervan natuurlijk). Het spelen met de metalen figuren, de maskers, de pakken enz. geven mooie ervaringen/belevingen. Eén van haar kunstwerken lijkt op de architectuur van de National Gallery ontworpen door Mies van der Rohe, terwijl zij elkaar niet kenden en in een ander werelddeel woonden, fascinerend. Op haar website is een interactief deel te vinden waar je met de In het NG exposeert ook Yoko Ono. Beide vrouwen beginnen in dezelfde tijd publiek uit te nodigen om te interacteren met hun kunst. Ook nog gezien: Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman. Mooi om in het echt te zien, dat is toch heel anders dan op een foto! En Gerard Richter’s doeken met onder andere Birkenau: indrukwekkend. Op insta kun je kijken hoe hij te werk gaat.harmonicaboeken kunt werken.
In CO Berlijn (https://co-berlin.org/de ) zijn intrigerende films te zien van Julian Rosenfeldt. Ik kijk naar een film waarbij de camera twee identieke woningen in spiegelbeeld volgt. Het beeld verschuift van de badkamer, naar de slaapkamer, naar de woonkamer en de keuken. De ene woning wordt afgebroken, de andere wordt opgebouwd door dezelfde man. Mooi is dat telkens dezelfde ruimtes tegelijkertijd in beeld worden gebracht, maar de handelingen zijn verschillend.
Het programma afgelopen. De meesten zijn op. Een enkeling bezoekt nog een museum, een groepje gaat naar de wijk Neuköln, anderen maken een rondvaart. Zelf beland ik op een strandtentachtig terras in het Mauerpark. De docenten Guda, Frans, Annemarie, Jans en Dieke heel veel dank! Guda natuurlijk speciaal voor alle organisatie van slaapruimte, tot museatoegang, galeriebezoeken en wegwijs worden in Berlijn. En allemaal voor het gidsen van ons door Berlijn, de aandacht en de tijd, de bereidheid om te vertellen en vragen te beantwoorden.
entree K20Paul Klee – Camel in a rhythmical tree landscape – 1920 Kandinsky – Kompositie IV 1911
Na een busreis vol geanimeerde gesprekken en versnaperingen arriveren we bij K20.
We vangen aan met een rondleiding over de tentoonstelling die de naam draagt: ‘van Etel Adnan tot Andy Warhol’. We beginnen met Klee en eindigen bij Warhol. In een razend tempo informeert de kunsthistorica die ons rondleidt (groep 1 Deutsch) over de bedoeling van deze verzameling en de wijze waarop die wordt tentoongesteld. Per zaal zijn werken uit de vaste collectie niet chronologisch maar thematisch geordend. We leren over emoties die kleuren opwekken (Klee), de entree van het begrip compositie in een abstract schilderij (Kandisky) , Mondriaan die een grote stap naar abstractie zette in zijn werk, de manier waarop geschreven verhalen hun weg vinden naar kleur en abstractie (Adnan). De muziek in beeldend werk, de wedergeboorte van kleuren, de gelaagdheid en de verhalen in de werken, de gelaagdheid in het gebruik van materialen (Picasso’s collage). En de vaak ook activistische motieven van de kunstenaars. Ik denk aan kunstgeschiedenis en mijn verhaal ….daar ligt nog veel lees-, denk-, en maak-werk.
Adnan – Perisan 1963-1964Mondriaan – uit de serie New York City NYC1Nature Morte, bouteille et verre 1913
Na een uur zijn we beland bij Andy Warhol. Deze zomer keek ik een 6-delige serie op Netflix. The Andy Warhol Diaries. Een aanrader! Over het verhaal van een kunstenaar en hoe zijn omgeving er een verhaal over componeert. Nog steeds te zien.
Rondleiding groep duits
Wij bewonderen een prachtig geweven kunstwerk van Kandinsky. Geheel rechts anoniem in beeld gebracht de suppoost die op grensoverschrijdende wijze uitvalt tegen zijn collega …. de kunsthistorica die per ongeluk een onzichtbare grens aanraakt. Hij zorgt voor het enige unheimische moment op deze dag.
Naar Yoko Ono – Music of the mind Persoonlijk maakte ik kennis met haar op mijn 7e jaar. Mijn ouders spraken tijdens het natafelen, waarbij steevast de krant op tafel kwam, verhit over een foto. Toen ik vroeg waar ze het over hadden zei mijn vader; ‘over twee provo’s die een hele week in bed liggen’. Ik keek naar de foto en begreep er niets van. Mijn vader deed ook geen moeite om het uit te leggen.
Zo wordt ze beschreven; componist, zanger, filmmaker, mensenrechten-, en vredes-activist, conceptueel kunstenaar. In een fors tempo probeer ik alles te bekijken. Ik kom tijd te kort zoals velen van ons. Mindblowing!! en ik wist het al, zij was niet de vrouw van… Wat een heerlijk mens. Ik bekijk twee films waaronder: Bottoms 1966-67. Zij noemde het; ‘an aimless petition signed by people with their anuses.’
Dan fotografeer ik een aantal van haar teksten. Hierbij twee: Dollar Piece 1963 spring Select an amount of dollar. Write it on a piece of paper. Imagine all the things than you can buy with that amount. (a) Imagine all the things that you cannot buy with that amount. (b)
Throwing Piece 1964 summer Throw a stone into the sky high enough so it will not come back.
Aan het einde participeren een aantal van ons ook in een werk.
Voort maken we om een heel aantal galerieën te bezoeken. In Boa-basedonart maken we kennis met het werk van Maria Alexandra Mahlberg Tippel (Alexandra) Het meest interessante vond ik haar Haushaltschriften waarin ze alles wat ze kocht noteerde en na vijf jaar berekende hoeveel geld ze aan welke artikelen had uitgegeven. Cigaretten! Ik moet echt stoppen met roken en niet in de eerste plaats vanwege de kosten! Ook tekende ze tijdens elk telefoongesprek. Tekening vaak voorzien van naam en tijdstip gesprek. Haar verhaal! In Galerie Droste val ik voor Hendrik Plenge Jakobsen. The white light is artificial, and hygienic as heaven, 2010 Dan in Aura Kunstraum – Natalia Drabik (het schilderij) en Thomas Musehold (hangende sculptuur). Mooi om te zien hoe de twee kunstenaars samengaan in kleur en verschillende materialen. Uiteraard had ik een foto moeten maken over hoe dat dan samengaat. Vergeten!
Maria Alexandra Mahlberg TippelHendrik Plenge Jakobsen
Tot slot een doek gemaakt op canvas en bewerkt met bleekmiddel. Gefotografeerd door het raam waardoor ik de naam van de kunstenaar niet kon lezen in de galerie waarvan ik de naam vergeten ben. Shame on me maar wel heel mooi vind ik.
Natalia DrabikThomas Musehold
De laatste halte van onze kunstreis is Philaria. On show: Cutting the puppeteer’s strings. Beeldende toepassingen met poppen en dieren. Lang gedacht en ik wil deze twee werken memoreren. Fort – Archiv der sorgen 2023. Bewegende en sprekende raven vertellen elkaar, heel indringend, over hun zorgen terwijl ze op volle afvalzakken zitten. Gebaseerd op echte verhalen van mensen die anoniem hun verhaal mochten doen. Dzama Marcel – titel en jaartal niet te vinden. Je kunt blijven kijken naar de thema’s de sculpturen en de platte figuren. Je ziet beeldende en podiumkunsten in een diorama.
Fort – Archiv der sorgen 2023Dzama MarcelGlas Lennarz
The ‘last stop’. Van Philaria naar Glas Lennarz, naar de bus. Wederom een reis met goede gesprekken en catering. In de eerste plaats wil ik ons docententeam danken voor de inspirerende dag en de goede organisatie. Wat is het fijn om met jullie op de NAU te studeren. Groet en voor iedereen mooie dagen en een nieuw jaar vol kunst maken en kijken. Natuurlijk is dit een selectie van wat mijn ogen zagen. Het zou geweldig zijn om door alle ogen te kunnen kijken op een dag. Ineke Tanis
“Ga je mee met de NAU-excursie naar Venetië?” Aanvankelijk hoef ik hier niet lang over na te denken. Ik hoorde er op de NAU veel enthousiaste verhalen over. Ik stuur daarom gauw een email om me aan te melden. Toch slaat de twijfel even later toe. De studenten uit mijn jaar, met wie ik veel lessen volg en goed ken, hebben zich jammer genoeg niet opgegeven. De zomervakantie met mijn gezin ervoor en een reis voor mijn werk naar de Paralympische Spelen in Parijs vlak erna maken dat ik terugtrekkende bewegingen maak. Het lijkt me allemaal te veel van het goede. Gelukkig, denk ik nu, word ik alsnog over de streep getrokken met het argument: “Je gaat er zeker geen spijt van krijgen. Het is echt een leuke excursie. Je leert elkaar goed kennen op zo’n reis.”
En dus sta ik op zondagmiddag 25 augustus op Schiphol bij de gate te wachten op de KLM-vlucht naar Venetië. Enigszins nerveus ben ik wel. Hoe zal het zijn om 5 volle dagen met NAU-studenten en -docenten door Venetië te struinen? Wat gaan we allemaal zien? Hoe zal het gaan met de groepsdynamiek? Spannend. Gelukkig wordt het ijs al snel gebroken als ik in gesprek raak met twee medestudenten die op dezelfde vlucht zitten. Ook de drie NAU-docenten die als begeleiding met de reis mee gaan en een oud-docent hebben dezelfde vlucht.
Tegen de avond landen we op vliegveld Marco Polo. Het uitzicht vanuit het vliegtuig op de stad waar we ons straks vijf dagen in kunst zullen onderdompelen is spectaculair. Het is van bovenaf duidelijk te zien dat Venetië in een deltagebied ligt en via een smalle strook voor het trein- en autoverkeer aan het vasteland is verbonden. Ik verheug me enorm. Ik was al eens in Venetië, maar heb er nooit overnacht. Een stad voelt anders als je er meerdere dagen doorbrengt.
‘Welk jaar zit jij?’, ‘Wat voor werk maak je?’, ‘Wat vond je van de tentoonstellingen van vandaag?’, ‘Heb je al iets gezien waar je in je eigen werk iets mee kan?’ Met een groep studenten van de Nieuwe Akademie Utrecht op excursie naar Berlijn betekent veel praten over kunst, over jezelf, over je eigen werk en over wat je samen ziet. Café Jonas. Een week vol indrukken, nieuwe contacten leggen en overal over praten.
De eerste dag halen we ’s ochtends fietsen op het Alexanderplatz om daarna naar de Hamburger Bahnhof door te rijden. In dit museum voor kunst vanaf 1960 kunnen we drie tentoonstellingen en de vaste collectie bekijken. In wat vroeger de hal van het treinstation was, is werk van Eva Fàbregas (1988) te zien, dat speciaal voor de plek gemaakt is. Het bestaat uit grote amorfe vormen die in groepen door de zaal verspreid zijn, allemaal in afgestemde tinten en met net verschillend materiaal. Soms beweegt zo’n organisch geheel alsof er iemand tegen aan slaat. Ik vind het mooi, maar verwachtte meer werk van Fàbregas.
De tweede tentoonstelling die ik zie is van Christina Quarles (1985), in retrospectief voor mij een van de hoogtepunten van deze reis. Deze Amerikaanse schilder geeft voor mij nieuwe invulling aan het schilderen van de menselijke figuur doordat ze de figuur uit zijn verband trekt en kruist met structuren en leegtes. Ik ben zo enthousiast dat ik na afloop een catalogus van haar koop (top museumshop).
In ongeveer tweeënhalf uur rijden we met de touringcar van Utrecht via Malden naar Duisburg om Museum Küppersmühle te bezoeken. Het museum is een indrukwekkend industrieel gebouw. De grote graansilo in het midden van het complex is imposant in de architectuur opgenomen. Vanaf de expositieruimte op de begane grond omhoogkijkend zie je de volledige hoogte van de silo, een metershoge grote vrije ruimte. Het duizelt me. In het museum zijn drie etages met moderne kunst te bewonderen. Op elke etage is de ene kant van het gebouw via een loopbrug door de monumentale silo met de andere zalen verbonden, zodat je tijdens het dwalen door het museum elke keer de grootsheid van het pand beleeft.
Dit najaar (24 november 2018) was de excursie van de NAU naar Wiels en KANAL in Brussel.
In Wiels, een grote betonnen kolos waar vroeger een bierbrouwerij zat, begonnen we met een rondleiding langs het werk van René Daniëls. Daniëls werd al vroeg erkend als een belangrijk kunstenaar. In zijn schilderijen experimenteert hij met een diversiteit aan stijlen. Maar tegelijk is er inhoudelijk sprake van het maken van een poëtisch universum. Daniëls vertelt, associeert, interpreteert. Hij onderzoekt verbanden tussen woord en beeld, hij is bezig met woordspelingen. Zijn werken geven aanleiding tot het leggen van verbanden, het zoeken naar interpretaties.In het schilderij “Gespletenheid, geaccepteerd” kun je een hele zoektocht naar verbanden en bedoelingen ondernemen. Je ziet een deel van een staande figuur, maar het stelt ook een jas voor die aan een haakje aan een boom hangt Maar, is dat wel een boom? Links en rechts lijken twee bomen verdacht veel op benen die in de lucht steken…. En waar is het hoofd? Waarom die donkerblauwe vlek rechts? De rondleider van de groep waarin ik was ingedeeld, liet ons nadenken over wat we zagen. Soms liep het wat voorzichtig, maar er kwamen ook verrassende opmerkingen over wat sommigen in de groep herkenden of interpreteerden in de verschillende werken.
Vanuit de boot vanaf het vliegveld zie je de karakteristieke gebouwen van Venetië steeds dichterbij komen. Dan loop je een paar bruggen over, langs het ‘ospedale’, over het plein. De route gaat nog door wat steegjes en daar staat Foresteria Valdese waar we de komende dagen zullen verblijven. Een eenvoudige hostel die de NAU-familie al jaren als uitvalsbasis gebruikt tijdens de Biënnale van Venetië. Maandagochtend start daar de dag met een min of meer gezamenlijk ontbijt. Studenten uit verschillende jaren maken kennis of praten bij over elkaars werk. De eerste dag begint met een overzichtstentoonstelling van Jannis Kounellis in het Prada.
In één van de imposante grote gebouwen van Venetië, waar je binnenkomt en je overweldigd wordt door de ruimte, kijken we naar grote imposante werken. Zware metalen zoals lood en staal, enorme kasten, vuur, roet. Niet alleen het oog is overweldigd maar ook de rest van de zintuigen. De geur van koffie op kleine weegschaaltjes, zakken met bonen, een verzameling van glaasjes grappa en de gasbranders van een aantal installaties. De grappa vult de gehele bovenverdieping met zijn geur. Ondanks dat zijn er mensen die het niet ruiken en terug moeten naar de kamer om het te checken. In de hal wordt gesproken over het begrijpen van een specifiek werk en dat je het soms moet zien als poëzie. Mijn persoonlijke hoogtepunt is de installatie met kasten die aan het plafond hangen.
Nostalgie, stroopwafels, krentenbollen en mandarijnen..
Uitnodigende mail van Guda: Nostalgie? Mee met de NAU excursie naar Gent zaterdag 30 maart? Zou leuk zijn jullie weer te zien onder het genot van een kop koffie/thee met stroopwafel in de bus 🙂
Aan deze oproep heb ik en een aantal eerder afgestudeerden (van de lichting 2017 waren we met zijn vieren) gehoor gegeven. Geen spijt van want wat zijn het mooie musea daar in Gent. Het was heerlijk weer en aan het eind van de middag zaten we met zijn allen (? In ieder geval velen) buiten in de zon toen Guda zei dat niemand zich aangemeld had om een stukje te schrijven over de excursie, heb ik aangeboden dat te doen. In de NAU-tijd heb ik dat tenslotte nooit gedaan en op deze manier kan ik iets terug doen voor al die goede zorgen, elke excursie weer opnieuw. Super is dat en fantastisch om dat nogmaals mee te mogen maken.
De najaars excursie gaat deze keer naar Dusseldorf: K21, Kunst im Tunnel en K20. Goed georganiseerd, prettige busreis, lekkere koffie, stroopwafels, krentenbollen en mandarijnen. Fijn gezelschap en veel om over te praten tijdens de busreis, kortom: helemaal goed! Rond 11.30 uur worden we afgezet bij K21, onderdeel van de Kunstsammlung Nordrhein Westfalen, waar 21e eeuwse kunst wordt tentoongesteld. Op de twee bovenste verdiepingen is de vaste collectie: ruimtes waarin kunstwerken van gerenommeerde 21e eeuwse kunstenaars te zien zijn en niet te vergeten het werk “in Orbit” van Tomas Saraceno. Onze reis is ondernomen om het werk van Carsten Nicolai te bekijken. De ruime onderverdieping is met zijn werken ingericht. 40 multimedia installaties, modellen, film, beelden, prints en schilderijen vullen de ruimte. Nicolai is geboren in 1965 in Karl-Marx-Stadt, nu Chemnitz. Hij woont nu in Berlijn, werkt als kunstenaar en musicus, onder de naam Alva Noto. Hij werkt op het snijvlak van beeldende kunst, muziek en wetenschap. Zijn werk gaat over licht en donker, geluid en stilte, ruimte en tijd, chaos en orde. Met zijn werken creëert hij contrasten en is hij bezig om vragen op te roepen over deze onderwerpen. De voorwerpen/installaties zijn koel, elegant en technisch en gaan over technische en natuurwetenschappelijke theorien, Nicolai onderzoekt deze en experimenteert hiermee.
Studenten en docenten van de Nieuwe Academie Utrecht (NAU) bezochten Berlijn van 25 tot 30 augustus. Aanleiding was de Berlin Biennale.
We verbleven in een hostel van een kerk gelegen tussen de wijken Kreuzberg en Schöneberg, en huurden fietsen om de hoek. Het ontbijt werd geserveerd om 8.00u, gelijk met het luiden van de klokken voor de mis, dus daar werden we niet verwacht. Dagelijks fietsten we in kleinere groepjes, elk gegidst door een van de docenten, naar onze bestemmingen. Frans ontpopte zich als stadsguerilla met sluiproutes en afstekers en tartte zelfs enkele rode lichten – Berlijn is een zeer diverse stad, met drukke en ook veel rustige straten, relatief ruim en met veel groen, vaak met een fietsstrook. Soms gingen we dwars door Potsdammerplatz tussen de bussen en toeristen. We zijn niemand echt kwijtgeraakt, af en toe was Jos even uit beeld als hij een foto nam, en zelfs Lotte met de taxi dook elke keer op het juiste moment weer op.
Op 31 maart was het zover: de voorjaarsexcursie van de NAU. Dit keer ging het naar Brussel, waar maar liefst 5 tentoonstellingen in twee musea op het programma stonden. Om 9 uur vertrokken we vanaf de vertrouwde plek achter Utrecht Centraal met achter het stuur Kees-Jan, ook al jaren de rustige en relaxte chauffeur. Na meer dan twee uur bus rijden kwamen we aan bij het kunstcentrum Wiels waar we twee tentoonstellingen gingen bekijken.
Het begon met een rondleiding bij de tentoonstelling Paroles van Saâdane Afif. De Franse titel Paroles laat zich vertalen als “teksten”. Bij ieder werk van Afif kon je op de muren om de meestal ruimtelijke werken heen tekstjes lezen. Die teksten waren gelukkig geen ingewikkelde teksten van curatoren of kunsthistorici, maar eerder teksten voor liedjes – waarvoor nog geen muziek bestaat- die op verzoek van Afif geschreven waren door vrienden, of bevriende kunstenaars, naar aanleiding van het werk van Afif. Een belangrijk deel van de tentoonstelling was de geluidsstudio, waar mensen zich konden inschrijven voor een jamsessie. De teksten uit de tentoonstelling konden zo voorzien worden van muziek, en zo werd het werk van Afif door de interactie met anderen “ voltooid” . Dat is een mooi concept. Helaas hadden we geen tijd de jamsessie te zien. In de nogal museale tentoonstelling moest je de interactie met anderen, die toch de kern is van het werk van Afif er nogal eens bijdenken, waardoor mijn hoge verwachtingen toch niet waargemaakt werden.
Na de rondleiding nam onze gids ons nog mee naar de tentoonstelling van Sofie Podolski. Podolski was een Belgische kunstenaar die in 1974 al op 21–jarige leeftijd overleed. Een boeiende tentoonstelling met mooie dagboekachtige kriebeltekeningen.
Daarna ging het door naar BOZAR: het Brusselse museum voor hedendaagse Kunst. De uitgebreide tentoonstelling over Fernand Leger was de moeite waard. De carrière van Leger, die net als Picasso in 1881 werd geboren, liep min of meer synchroon met die van Picasso. Ook Leger kende een min of meer kubistische periode en ook hij werkte vrijwel nooit helemaal abstract. De grote doeken van arbeiders die met balken in de weer zijn of het prachtige “les loisirs” ( zoiets als “ de recreatie “ ) maakten indruk.
Daarna snel nog naar Dirck Braeckman: een kleine maar mooie expositie van de Belgische fotograaf. Analoge Doka fotografie, overtuigend in zijn onmodieusheid. En nog even snel door de Spaanse stilleven tentoonstelling gerend- geen commentaar. Toen was het echt wel tijd voor een glas bier, en om zes uur stond Jan-Kees ons weer op te wachten. De traditionele mandarijnen met krentenbollen in de bus, en om 8 uur waren we weer in Utrecht. Het was weer een propvolle en geslaagde dag kunst kijken.