Academieprogramma

In het academieprogramma worden de lesdagen steeds meer gekoppeld aan het eigen werk van de student. De nadruk wordt gelegd op persoonlijke visie. Ieder jaar heeft een andere verdeling van lessen en werkbesprekingen. Bij elke overgang wordt bekeken of de student door kan stromen naar het volgend studiejaar. Bij een negatief studieadvies bestaat de mogelijkheid het studiejaar een keer over te doen.

Fase 1 (derde jaar)

Het studiejaar bestaat uit 8 lesdagen en 4 werkbesprekingsdagen.

Waar in de eerste twee lesjaren de nadruk ligt op een brede, meer algemene ontwikkeling, staat in het programma van fase 1 het onderzoek naar vorm en inhoud centraal. Studenten onderzoeken de relatie tussen de formele en inhoudelijke aspecten van hun werk, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: wat zijn de consequenties van formele beslissingen voor de inhoud en lading van een kunstwerk?

De lessen zijn in het eerste half jaar meer op vormonderzoek gericht. In het tweede deel van het jaar gaat het om breed gestelde opdrachten die door de student op eigen wijze ingevuld kunnen worden. Studenten werken tijdens de les met de materialen en technieken waar ze ook thuis in werken. In de les moeten er door de student zelf beeldende oplossingen gevonden worden. In de 4 werkbesprekingen wordt de ontwikkeling in dit proces van samenhang van vorm en inhoud in het eigen werk getoetst.

Overgang fase 1 naar fase 2

De docenten brengen tijdens de laatste werkbespreking van het studiejaar een positief of negatief studieadvies uit over de overgang naar fase 2. Dit advies is gebaseerd op de uitkomst van minimaal drie vergaderingen, waar het functioneren van de student in de les en de waardering van het in de werkbesprekingen getoonde werk geëvalueerd wordt. Tijdens de laatste werkbespreking wordt de student van dit advies op de hoogte gebracht. Bij een negatief advies kan de student het studiejaar nog eenmaal volgen. In geval van twijfel bestaat de mogelijkheid een definitief oordeel tot na de zomervakantie uit te stellen en de student de mogelijkheid te geven zijn werk te verbeteren.

Fase 2 (vierde jaar)

Het studiejaar bestaat uit zes lessen en zes werkbesprekingen.

In vergelijking met fase 1 ligt de nadruk in fase 2 meer op het ontwikkelen van een eigen beeldtaal en het leren objectief naar het eigen werk te kijken.

In de lessen wordt binnen de lesopdracht zelfstandig gewerkt en zo gereflecteerd op het eigen werk. De inhoud van de lessen sluit aan bij de zoektocht naar een eigen artistieke identiteit. Daarnaast maken alle studenten een scriptie waarin het eigen werk gezien wordt binnen het brede spectrum van de hedendaags beeldende kunst. Studenten verdiepen zich in het werk van kunstenaars waarmee zij zich verwant voelen. Zo is de scriptie ook een middel om te bepalen waar zij zelf staan als kunstenaar, en om te formuleren wat dat inhoudt. De scriptie hoeft niet per se geschreven te zijn, die kan een minder voor de hand liggende vorm als een videofilm of een serie interviews aannemen, zolang er maar sprake is van een grondige en kritische reflectie op het eigen werk en dat van anderen. In de zes werkbesprekingen wordt de ontwikkeling en verdieping van het eigen werk getoetst en aan het einde van het jaar wordt gekeken of studenten klaar zijn voor het vijfde jaar.

Overgang fase 2 naar fase 3

Voorafgaand aan de laatste les in fase 2 brengen alle docenten hun advies uit over het werk van de student en het functioneren van de student in de les. Gelet wordt dan op materiaalbeheersing, artistieke visie, het vermogen tot zelfkritiek en op hoe de student zich ontwikkeld heeft. Naar aanleiding van dit gesprek wordt een evaluatierapport samengesteld. Dit rapportje wordt per mail naar de studenten gestuurd en heeft als doel de stand van zaken van dat moment te benoemen. Studenten hebben dan nog de mogelijkheid alle zeilen bij te zetten tot de laatste werkbespreking. Tijdens die laatste werkbespreking toetsen de twee betreffende docenten het meegebrachte werk en bekijken of er reden is het eerdere advies te herzien. Bij een negatief studieadvies is het mogelijk het jaar over te doen.

Fase 3 (vijfde jaar)

Fase 3 bestaat uit vijf werkbesprekingsdagen waarbij uitsluitend eigen werk en de kritische reflectie daarop centraal staan, en aansluitend daarop de eindpresentatie. In de laatste werkbespreking wordt met de docenten werk geselecteerd voor de eindpresentatie
In fase 3 wordt er ook aandacht geschonken aan het schrijven van een tekst over het eigen werk, het documenteren ervan en aan het maken van een representatieve portfolio. De eindpresentatie vindt plaats in een tentoonstellingsruimte buiten de school. Deze tentoonstelling wordt samen met de docenten zorgvuldig ingericht. De studenten verzorgen zelf de uitnodigingskaart en het persbericht. Bij de vernissage van de eindpresentatie ontvangen de studenten het certificaat waaruit blijkt dat zij de Nieuwe Academie met succes doorlopen hebben.

Deelname eindpresentatie

Het vijfde jaar wordt afgesloten met een eindpresentatie. Twee docenten begeleiden de eindpresentatie. Op de laatste werkbespreking vóór de eindpresentatie wordt het werk door de twee docenten en de desbetreffende student geselecteerd. De studie wordt afgesloten met het uitreiken van een certificaat.

Scroll naar boven