Verslag Berlijn excursie – Michiel Meeuse

Op de eerste avond van de NAU excursie naar Berlijn, kwam ik op de hoek van de Kolonnenstrasse en Hohenfriedbergstrasse oog in oog te staan met een vos. Hij wees me de weg richting de NAU stamkroeg in Berlijn en verdween toen weer in de duisternis. Het bleek een voorproefje te zijn van de Biënnale. De vos was hiervan namelijk het symbool. In de loop van week zou hij dan ook steeds opduiken bij alle Biënnale tentoonstellingen. Deze tentoonstellingen waren vol met activistische kunst en gingen voor een groot deel over verhalen van mensen die onderdrukt worden, en als vossen proberen te overleven in de marge van de samenleving. Zoals Htein Lin die in de gevangenis tekeningen maakte op zijn beddengoed. Beddengoed dat vervolgens uit de gevangenis gesmokkeld werd en uiteindelijk tentoongesteld kon worden in het oude gerechtsgebouw. Of Chaw Ei Thein, een kunstenares uit Myanmar die poppen heeft gemaakt van bevriende kunstenaars in Myanmar die op hun eigen manier protesteren tegen het regime aldaar. Of de kunstenaar die alleen onder pseudoniem Nge Nom bekend is. Door te schuilen in een greppel is ze ontkomen aan haar onderdrukkers. Een greppel die vervolgens nagemaakt is in KW. 

Naast de Biënnale is er meer kunst in Berlijn, heel veel meer kunst. En dat weet de vos ook. Toen we de fietsen parkeerde bij een van de grote commerciële galerieën in de Potsdammerstrasse, was hij daar namelijk plotseling ook. Meters hoog geschilderd op de muur van een van de gebouwen. Alsof hij de galeries in de gaten houdt om te kijken of daar niet ook wat te halen is. 

Berlijn heeft ons de vele mogelijkheden van geëngageerde kunst laten zien. Subtiel, zoals de luciferdoosjes sculpturen van Lygia Clark. Aangrijpend, zoals de film van Tracey Enim over waarom ze geen danseres is geworden. Grappig, zoals de wereldbol van Toiletpaper waar alles, behalve de Verenigde Staten, blauw was geverfd. Interactief, zoals de wensboom van Yoko Ono. 

En dan heb je nog de BOROS bunker met wanden van een meter dik. Een bunker gevuld met hele dure hedendaagse kunst, bij elkaar verzameld door een schatrijke echtpaar. Een bunker waar de vos geen kans maakt om binnen te komen. Zelf zeggen de eigenaars “We collect art that we don’t understand”. Zoals wat overblijft als je 127.000 kilo coca cola inkookt (He Xiangyu) of een installatie van een VW kever motor, een vlinder en een ventilator (Michael Sailstorfer). 

Het maatschappelijke engagement en activisme dat we zagen, maakte veel discussies los. Is kunst niet per definitie maatschappelijk geëngageerd? Is er een grens tussen kunst en activisme, en zo ja, waar ligt die dan? En wanneer is een activistisch kunstwerk eigenlijk geslaagd? Veel kilometers fietsen, gezamenlijke maaltijden bij de Indiër, de Vietnamees, de Georgiër, de Tunesiër, de Japanner en de Nepalees, en biertjes, wijntjes, whiskey en kopjes thee bij Jonas verder zijn er volgens mij meer vragen bijgekomen dan beantwoord.

En ja, er was ook kunst die niet geëngageerd was. Of in elk geval kunst waarbij ik een eventueel engagement niet door had. Zoals de prachtige dreamscapes van Cooper & Gorfer – collages van stof, papier en foto’s waar het maakplezier vanaf spat. Of de abstracte, voornamelijk witte, schilderijen van Franz Stein, die getoond werden met een hele platte vertaling hiervan in tapijten. En natuurlijk de hilarische films met hula hoopende mensen bovenop de daken in New York (Christian Jankowski), en met een man die 12 minuten lang probeert te dansen op Istanboel not Constantinopel  (Ayşe Erkmen).

Dan nu de laatste punt van dit verslag – knip hem uit en plak hem op een mooi wit vel papier.

Scroll naar boven